Van inzicht naar uitzicht.

Van inzicht naar uitzicht.


Als docent facility management aan de Hogeschool Zuyd heb ik me vele jaren bezig gehouden met het vormgeven van facilitaire organisaties. Facilitaire diensten binnen bedrijven en organisaties zijn er om voor werknemers, klanten, patiënten, gasten en bezoekers optimale werk- en verblijfsomstandigheden te scheppen in de vorm van goede huisvesting en diensten zoals ICT- en andere moderne communicatievoorzieningen, catering, schoonmaak, beveiliging, reproductiefaciliteiten en informatiepunten en wel vanuit het inzicht dat deze zaken voor alle betrokkenen van wezenlijk belang zijn om doelgericht, efficiënt en prettig te kunnen werken en te verblijven.

Om dicht bij huis te blijven: iedereen weet hoe belangrijk zijn huis en alle voorzieningen erbinnen en erbuiten zijn voor zijn dagelijks functioneren en iedereen heeft ervaring met goede en slechte werkomstandigheden binnen zijn werk, met het verblijven in een hotel, vakantiepark, ziekenhuis of met een bezoek aan een winkel en iedereen ervaart daardoor elke dag het belang van goede facilitaire voorzieningen.

Om optimale werk- en verblijfsomstandigheden te scheppen heb je inzicht nodig in de behoeften en wensen van alle betrokkenen, de klanten van de facilitaire organisatie. Zij zijn een belangrijk uitgangspunt en doel van het handelen van de verschillende facilitaire diensten. Maar niet  alleen de werknemers, klanten, patiënten, gasten en bezoekers van een organisatie  zijn klanten van de facilitaire diensten maar op de eerste plaats  de organisatie zelf. Een ziekenhuis heeft als taak mensen die ziek zijn te helpen om beter te worden, een verzorgingstehuis om mensen een warm en verzorgend tehuis te bieden, een autobedrijf om zoveel mogelijk auto’s te verkopen en deze op een efficiënte manier te onderhouden, een hotel om mensen een aangenaam tijdelijk verblijf te bieden, een productiebedrijf om op een efficiënte manier producten te maken, enzovoort. De behoefte aan facilitaire voorzieningen en diensten zullen dus per organisatie verschillen omdat de doelen en organisatieactiviteiten van elkaar verschillen.

De facilitaire organisatie doet dus niet wat zij leuk vindt maar leidt haar concreet handelen af van de doelen van de betreffende organisatie. Dit houdt in dat bijvoorbeeld de facilitaire diensten van een organisatie die als doel heeft winst te maken zo efficiënt mogelijk moet handelen in haar dienstverlening en dat een organisatie die zich profileert op de markt met innovatieve producten een innovatieve uitstraling vereist in haar huisvesting en diensten, waarbij ze in alle gevallen rekening moet houden met de voorschriften die gelden voor de betreffende organisatie.

Om het handelen van de facilitaire organisatie en van alle andere organisatieonderdelen in de juiste richting te sturen, is het dus noodzakelijk dat de directie duidelijk aangeeft waarvoor hun organisatie er is, waarvoor zij staat, wat haar kernstreven is en welke principes, normen en waarden er worden gehanteerd en welke concrete doelen er worden nagestreefd, oftewel welke missie, visie en doelen heeft de directie en dus de organisatie.


In dit kader is het dan ook onbegrijpelijk dat onze huidige minister president zegt geen visie te hebben, die zelfs niet te willen hebben en is het zorgelijk dat veel mensen geen idee hebben waarvoor ze hier op deze aarde zijn en wat hun leiddraden zijn, hun normen en waarden voor hun dagelijks handelen. Je stapt toch niet ’s morgens in je auto en weet niet waar je naar toe rijdt, wat de verkeersregels zijn en welk rijgedrag je moet hebben in het belang van jezelf en anderen. We onderscheiden ons van dieren doordat we niet alleen instinctief, onbewust maar ook bewust handelen, niet zomaar dingen doen maar ons bewust zijn van het waarom, van het  hoe en van de inpakt van ons handelen.


Als een organisatie effectief wil handelen, zullen ze, zoals reeds aangegeven, naar iedereen in organisatie duidelijk moeten zijn waarvoor de organisatie staat. Wil een bedrijf zich op de markt onderscheiden door het verlenen van goede service dan zal de afdeling personeelszaken mensen moeten aannemen die een servicegerichte instelling en capaciteiten in huis hebben en zullen alle processen binnen het bedrijf service-/klantgericht moeten zijn, dus geen onvriendelijke benadering, lange wachttijden en ingewikkelde procedures en zullen de medewerkers daar in de functioneringsgesprekken op beoordeeld moeten worden.

Hetzelfde geldt voor een bedrijf dat zich op de markt wil onderscheiden in ‘goedkoop’. Het bedrijf kan alleen goedkoop zijn als de medewerkers, processen, huisvesting en voorzieningen mede gericht zijn op efficiëntie, op kostenbesparing.


Het moge duidelijk zijn dat, wil een organisatie effectief handelen, ze in haar missie, visie en doelen ook de persoonlijke doelen van haar medewerkers moet betrekken, daar ruimte voor moet geven, immers mensen kunnen alleen gemotiveerd werken als ze zich binnen hun werk kunnen ontplooien. De mens is geen machine. Organisaties kiezen mensen die bij hen horen, en werknemers kiezen de organisatie en de baan die bij hen hoort en als dat match ontstaat er een vruchtbare samenwerking voor beide partijen. De werkelijkheid van elke dag is helaas, zeker in deze tijd, heel anders. Mensen worden vaak nog steeds gezien als machines: kapot of niet goed functionerend, dan een nieuwe. Maar daar gaat het verhaal 'Dao, de weg' over, dat eveneens op deze website is te lezen..


De missie, visie en doelen van een organisatie vormen het fundament van het handelen van de verschillende afdelingen en personen. In dit kader deed ik eind jaren negentig in opdracht van de Faculteit Facility Management onderzoek bij een aantal organisaties (een ziekenhuis, een bank, een productiebedrijf, een overheidsorganisatie en een onderwijsinstelling)  naar de samenhang tussen de uitgangspunten en de concrete doelen van het bestuur/de directie, van het hoofd facilitaire diensten, een afdelingshoofd en van een externe gecontracteerde dienstverlener. Uit het onderzoek kwam naar voren dat er in de meeste gevallen heel wat aan te merken viel op deze samenhang. Zo waren bijvoorbeeld werknemers en externe dienstverleners  niet altijd op de hoogte van de uitgangspunten en specifieke doelen van de organisatie en de facilitaire dienst en werden werknemers niet altijd beoordeeld op criteria die de directie en de afdeling aangaven als van belang te zijn voor het doelgericht functioneren van de organisatie. Je zou verwachten dat binnen een goed functionerend organisatie alle neuzen in dezelfde richting staan en dat iedereen binnen de organisatie in dezelfde richting loopt. Helaas.

De uitkomsten van dit onderzoek waren dan ook aanleiding om binnen het onderwijsprogramma van de faculteit duidelijk aandacht te besteden aan de sturing vanuit de doelen van de organisatie en de vertaling hiervan in duidelijke uitgangspunten voor het handelen van afdelingen en dus van iedereen.


Het voorafgaande overziend, kunnen we ons afvragen hoe het zit met het managen, het sturen van ons eigen leven, waarvan, volgens mij, groei en ontwikkeling de basisdrijfveren zijn. Het leven wil zichzelf realiseren, zoals een tulpenbol zichzelf realiseert en dat alleen kan door een tulp te worden, zich in de winter ondergronds te ontwikkelen en zich in de lente naar boven te worstelen en daar in bloei te komen. Kortom hoe zit het met ONS streven naar zelfrealisatie, naar zelfverwerkelijking? Doen we maar wat of zit er een lijn in wat we doen en hoe we het doen, zijn we doelbewust en als we dat zijn, wat zijn dan onze doelen en uitgangspunten, onze drijfveren en leidraad?


Net als bij organisaties is het antwoord kunnen geven op deze vragen een ingewikkeld proces dat door nadenken en reflecteren over onszelf en de dagelijkse werkelijkheid ontdekt kan worden.

Voor organisaties ontwikkelde ik na jaren onderzoek de facilitaire managementcyclus als hulpmiddel voor het ingewikkelde proces van het formuleren van adequate doelen van een organisatie en de vertaling hiervan in concreet dagelijks handelen van alle betrokken afdelingen en mensen. Immers het zijn alleen alle mensen tezamen die de doelen van een organisatie kunnen realiseren, iedereen zal binnen zijn functie door zijn handelen een bijdrage hieraan moeten leveren. Het is als bij een motor, elk onderdeel moet functioneren, zijn eigen specifieke functie binnen het geheel goed vervullen, wil de motor optimaal werken.

En zo is het ook bij onszelf. Als we ons zelf willen realiseren, onze doelen willen bereiken, onze dromen willen realiseren, dan zal ons denken, voelen, willen en dagelijks handelen daar op gericht moeten zijn. En dat is hard werken, net zoals voor een tulp.

Maar wat is er mooier dan om je dromen te realiseren, wat is er mooier dan het uitzicht als je op de top van de berg bent aangekomen, mooier dan als je je studie hebt afgerond, mooier dan als je merkt dat je waardevol kunt zijn voor mensen, dat je mooie en nuttige dingen kunt doen, dat je dingen begrijpt die eerst akabadraba voor je waren, dat je vragen antwoorden krijgen, dat je leven als zinvol en waardevol voelt, dat je nieuwe ontdekkingen doet binnen en buiten jezelf, dat je kunt genieten van de wereld om je heen en daar een bijdrage aan kunt leveren!

We streven allemaal naar geluk, maar dat is niet iets dat we kunnen kopen, we zullen het zelf moeten zoeken en vinden. Het ligt niet buiten ons, niet in het hebben van dingen maar volgens mijn overtuiging in het doen van de dingen die we hebben te doen vanuit onze diepste dromen.


Als de facilitaire managementcyclus een goede leidraad is in het streven van het goed laten functioneren van een professionele organisatie, dan kan dit model ons wellicht ook helpen ons leven te sturen naar dat wat we echt willen.

Hieronder wordt de managementcyclus voor zelfrealisatie, zelfverwezenlijking weergegeven. Hij is afgeleid van de facilitaire managementcyclus. We zullen hem in het verdere verloop van dit verhaal stap voor stap volgen en daardoor hopelijk ontdekken  wat hij voor onze groei en ontwikkeling kan betekenen.

Doelen.


We hebben vaak vage doelen, maar vaak ook heel concrete zaken die we willen bereiken, hebben of krijgen. Ze zijn tastbaar en geven houvast. De vraag is of ze geïnspireerd zijn door ‘van buiten’ of ‘van binnen’.

Er komen dagelijks allerlei wensbeelden van buiten op ons af, plaatjes die geprojecteerd worden door de televisie, door beelden en verhalen van mensen om ons heen of via de vele media die dagelijks ons leven binnendringen, verlokkingen van geluk en plezier die ons kunnen laten ontsnappen aan de werkelijkheid van elke dag. Als het buiten grijs en regenachtig is, lokken de beelden van zonnige stranden op de televisie of in bladen en als we ons eenzaam voelen, trekken beelden van een grote en rijk gedekte tafel met mensen eromheen ons even weg uit de werkelijkheid. Ze helpen vaak helaas maar even om ons gemis te doen verdwijnen. Ook worden we dagelijks geconfronteerd met wensen en verwachtingen van mensen om ons heen en laten we ons vaak sturen door ‘erbij willen horen en mee willen doen’. Maar is dat wat wij diep in onszelf willen?


Wensbeelden, dromen die van binnenuit komen, hebben wortels in onszelf, we voelen dat ze bij ONS horen. Ze zijn niet vluchtig, ze vervagen soms een beetje maar keren iedere keer weer terug. Wensbeelden bestaan doorgaans uit beelden van de werkelijkheid, we willen bijvoorbeeld piloot, architect, schilder of vrachtwagenchauffeur worden. Daarachter ligt doorgaans een diepere werkelijkheid waar we naar verlangen.

Toen ik een tiener was, zei ik volgens mijn moeder, dat ik priester, clown of schilder wilde worden. Als ik daar nu op terugkijk, was ik gefascineerd door de rituelen van de Kerk, door de priester die op de preekstoel opvattingen en inzichten verkondigde, vond ik het leuk mensen te amuseren door poppenkast en circus te spelen en genoot ik van het resultaat als bijvoorbeeld iets was opgeknapt: het zag er dan weer fris en mooi uit.

Uiteindelijk werd ik noch priester, noch clown, noch schilder, maar heeft datgene wat achter deze wensbeelden lag mijn leven in zeer belangrijke mate bepaald. Ik studeerde filosofie en daarna bouwkunde, architectuur en facility management, werkte jaren als architect, gefascineerd door mooie vormen en ruimtes en daarna als docent en adviseur, in welke beroepen ik het heerlijk vond om nieuwe ideeën te ontwikkelen en deze uit te dragen in colleges, cursussen, adviezen, artikelen en boeken. Die beroepen hoorden bij me, ze verbonden me met mijn diepste wensen en dromen. Nu, na mijn pensionering, passen het schrijven van boeken en verhalen en het maken en maandelijks updaten van mijn website daar ook perfect in. Ik kan er mijn drang tot vormgeven in kwijt, het vormgeven van ideeën en gedachten in woorden  en in mooie visuele vormen. Ik voel dat ik hierdoor groei en me ontwikkel  en dat is het volgens mij waar het in essentie om draait, dat te doen wat verbinding heeft met de essentie van het leven: groei en ontwikkeling, het gevoel van een tulp te zijn die wil bloeien.


Achter mijn tienerdromen lagen dus twee diepere lagen, de laag van de geboeidheid door het ontwikkelen en uitdragen van ideeën en het maken van mooie dingen, en de laag daar weer achter, namelijk de verbinding met de drang van het leven: mezelf ontwikkelen, mezelf realiseren, verwezenlijken tot dat wat ik diep in me wil zijn. Ik zie nu dat alle ingrijpende stappen die ik in mijn leven heb gezet, ook de stappen die mijn levensrichting ingrijpend veranderden, hierdoor, vaak onbewust, werden gestuurd.


Missie en visie.


Door het ontdekken van de lagen achter mijn beroepsdoelen kwam ik in de loop van de tijd mijn missie op het spoor, het antwoord op de vraag waarvoor ik hier op deze aarde ben: om te groeien en me te ontwikkelen, lichamelijk, geestelijk en spiritueel, door goed van mijn lichaam te zorgen, mijn denken, voelen en bewustzijn te ontwikkelen en antwoorden te zoeken op vragen over de wereld achter de tastbare werkelijkheid, over vragen naar de zin van het leven, over wat er hiervoor was en wat er  hierna is, over het onzichtbare dat mijn leven draagt en beïnvloedt, waar mijn levenskracht en inspiratie vandaan komen, enzovoort, op weg naar alsmaar verder. Om me heen kijkend, ben ik van mening dat deze missie niet alleen voor mij geldt, maar voor iedereen.


Echte zinvolle doelen sluiten niet allen aan bij onze missie, dus bij ons diepste streven, maar worden ook beïnvloed of zouden beïnvloed moeten worden door onze visie: door onze normen en waarden die mede bepalen op welke manier we onze doelen willen bereiken. We letten op verkeersregels en hebben een rijgedrag omdat we onszelf en anderen niet in gevaar willen brengen. Deels nemen we onze normen en waarden over vanuit onze opvoeding en het onderwijs, deels ontdekken we ze door ervaring, door de confrontatie met de alledaagse werkelijkheid, door vallen en opstaan, door te reflecteren over ons doen en laten waardoor we ontdekken dat een bepaald gedrag of een bepaalde denk- en zienswijze positief  of schadelijk is voor onszelf, anderen en onze leefomgeving. Zowel de opvoeding als het kritisch leren kijken naar onszelf en de omgeving zijn dan ook van essentieel belang om een samenleving te vormen waarin iedereen respect heeft voor elkaar en zich dus vrij kan voelen en zich ontwikkelen.


Doelen, SMART.


Goede doelen geven aan wat we concreet willen bereiken en dienen SMART te zijn: Specifiek (concreet), Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden. Dit in tegenstelling tot onze missie en visie, die globaal van aard zijn en gelden voor langere tijd en de basis zijn voor het formuleren van onze doelen en beleid, voor ons streven en dagelijks handelen.


Als we rond Nieuwjaar nieuwe voornemens maken, hoor en lees ik een stroom van doelen, zoals ‘Ik ga afvallen.’, ‘Ik ga meer sporten.’, ‘Ik ga minder drinken’, ‘Ik ga een nieuwe baan zoeken.’, ‘Ik ga een nieuw boek schrijven.’, ‘Ik ga mijn studie afronden.’, ‘We gaan een nieuw huis zoeken.’, enzovoort. Uit onderzoek blijkt dat er van het merendeel van deze voornemens na een paar maanden nog niet veel terecht is gekomen en zelfs velen zich hun voornemens niet eens meer herinneren. Dat komt deels doordat deze voornemens vaak meer wensen zijn dan echte voornemens en dat ze, doordat ze niet SMART zijn geformuleerd, ook geen druk op ons leggen en makkelijk zijn te verontschuldigen door vele ‘ja-maars’.

Wat ook een rol speelt is dat we bij het formuleren van doelen vaak vergeten om aan te geven waarom we die voornemens maken, dus de motivatie erachter. Bij ‘afvallen’ kan dat zijn dat we beter willen uitzien, dat we onszelf te dik vinden, maar ook dat we gezond willen blijven en dik zijn onze gezondheid bedreigt. Het formuleren en in beeld houden van de motivatie zijn de stuwende kracht om onze voornemens uit te voeren.


Doordat we onze doelen SMART formuleren, maken we controle en bijsturing mogelijk. Als we ons voornemen om af te vallen als volgt formuleren: ‘Ik ga vóór 1 mei 10 kilo af  vallen!’ dan kunnen we nagaan of ons dat op 1 mei is gelukt en als dat niet gaat lukken door bijzondere omstandigheden, kunnen we zowel de datum als het aantal kilo’s aanpassen aan de realiteit zonder dat we het doel om af te vallen meteen over boord hoeven te gooien.


Zelf- en omgevingsonderzoek.


Om te kijken of onze doelen echt SMART zijn en wat we concreet moeten en kunnen doen om deze doelen te bereiken, is het gewenst om na te denken over wat onze sterke en zwakke kanten zijn, wat onze mogelijkheden en onmogelijkheden, wat de toekomstige ontwikkelingen zijn en welke factoren van buitenaf onze voornemens beïnvloeden zoals de regels rondom studiefinanciering bij het voornemen om binnen een bepaalde tijd af te studeren of van opleiding te veranderen aan het einde van het lopende studiejaar. Een analyse van onze sterke en zwakke kanten en onze mogelijkheden en onmogelijkheden geven onder andere inzicht in hoeverre onze doelen reëel zijn en wellicht bijgesteld moeten worden. Misschien ontdekken we dat het voornemen voor het schrijven van een nieuw boek in het nieuwe jaar niet kan omdat de tijd naast onze reguliere werkzaamheden daar ontoereikend voor is en we de einddatum dus moeten opschuiven of iets anders moeten verzinnen. Deze nadenk- en onderzoeksactiviteiten vallen onder de processtap ‘Zelf- en omgevingsonderzoek’ in de cyclus van zelfverwezenlijking.


Het doen van een zelf- en omgevingsonderzoek is niet alleen van belang voor het formuleren van reële persoonlijke doelen en de wegen daar naar toe, maar eveneens voor het krijgen van een juist en reëel beeld van ons zelf en de wereld zodat we irreële zelfbeelden, verwachtingen, onjuiste vooroordelen en onderbuikgevoelens kunnen ontmaskeren en we op basis van ons inzicht in de objectievere werkelijkheid kunnen zoeken naar echt effectief handelen. Regelmatig stilstaan en kritisch kijken en reflecteren zijn noodzakelijke activiteiten om te kunnen groeien. We leren door ervaringen en ALLES wat we in ons leven tegenkomen is om ervan te leren, erdoor te groeien en ons te ontwikkelen. Alles heeft zin, zowel het mooie als het lelijke, zowel het goede als het slechte, zowel het gelukkige als het verdrietige, zowel de geboorte als de dood.


‘Er is eigenlijk niets meer nodig dan te doen wat je in het leven te doen staat, te leven zoals het zich aandient. Enthousiasme, verwondering, vertedering, verdriet, vreugde, gemis, angst, verwarring, ziekte, kwetsbaarheid zijn de wezenlijke ingrediënten van het bestaan. Die onophoudelijke en doodvermoeiende hang naar geluk, die je wijsmaakt dat je aan die ingrediënten kunt ontsnappen, frustreert je leven juist.’


Interview met Jan van den Oever, Mantra lente 2016.


Voorwaarden voor succes, keuzecriteria en beleid.


Als we na onze missie, visie en het zelf- en omgevingsonderzoek onze doelen SMART hebben bijgesteld, hebben we inzicht in wat we willen en in de voorwaarden voor het succesvol nastreven van onze doelen en kunnen we op basis van de hiervan afgeleide keuzecriteria gedetailleerd gaan beslissen wat we concreet gaan doen, om in managementtermen te spreken: ons beleid formuleren.

Als we als missie hebben dat we in alle vrijheid willen groeien en ons ontwikkelen, als we hebben ontdekt dat ons beroep daar een belangrijk rol in speelt, als we vinden dat we milieubewust moeten leven als bijdrage aan de kwaliteit van het leven van alle mensen, ook van de toekomstige generaties (visie) en via het zelf- en omgevingsonderzoek weten dat we geen echte tuinliefhebbers zijn en alles rondom onze financiën nu en in de toekomst duidelijk is, dan leveren deze ‘ontdekkingen’ een aantal concrete en belangrijke criteria op voor het zoeken naar een geschikt huis: het te besteden aankoopbedrag en de vaste woonlasten, een indeling en ligging die de beroepsuitoefening ondersteunt (werkkamer, makkelijk reizen naar en van werk en goede voorzieningen in de omgeving), een onderhoudsarme tuin en een milieuvriendelijk huis met betrekking tot de gebruikte materialen, isolatiewaarden en installaties. En als we bij de inrichting later een keuze moeten maken voor een vaatwasser, letten we op het water- en energieverbruik en de milieuvriendelijkheid van de vaatwasmiddelen.

Onze missie, visie, doelen en de zelf- en omgevingsanalyse worden zo vertaald in heel concrete criteria voor de verschillende keuzes die we moeten maken.

Willen we van studie veranderen dan weten we nu bijvoorbeeld dat we een bijbaantje moeten gaan zoeken of een andere financieringen om het extra jaar dat nodig is voor de studie financieel mogelijk te maken. Willen we een boek schrijven, dan weten we nu dat we een vrije dag per week moeten plannen. Willen we 10 kilo afvallen, dan weten we nu dat we ons in dit proces moet laten begeleiden omdat we dat, gezien onze ervaring, zonder die begeleiding niet zullen redden.

Op basis van de gevonden kritische succesfactoren (factoren die bepalen of we succesvol kunnen handelen) kunnen we op basis van keuzecriteria gedetailleerd de concrete activiteiten plannen oftewel het beleid uitstippelen dat moet leiden tot het realiseren van onze doelen.


Uitvoering en evaluatie.


Nu kunnen we aan de slag, de dingen doen die we gepland hadden en is het nodig regelmatig te kijken of we ‘op schema liggen’. Doe ik concreet wat ik me heb voorgenomen? Voldoe ik of kan ik nog voldoen aan de gestelde voorwaarden en keuzecriteria? Heb ik bereikt wat ik wilde bereiken? Als dat het geval is, is alles prima in orde. Is dat niet het geval dat moeten we de oorzaken hiervan opsporen en kijken hoe we die kunnen oplossen. Wellicht ontdekken we dat we onze uitgangspunten moeten herzien. We wilden gelukkig worden door carrière te maken en nu blijkt dat dat niet het geval is, omdat we door het harde werken dat hiermee samenhangt, onze familie verwaarlozen en het geluk dus blijkbaar ergens anders ligt. We dachten dat we ons doel zouden kunnen bereiken door autoritair handelen en merken dat dat alleen lukt door mensen bij het realiseringsproces te betrekken. We ontdekken dat de gestelde doelen toch te hoog waren gegrepen en om bijstelling vragen. We dachten dat we voldoende zelfdiscipline hadden om de geplande vrije dag te gebruiken voor het schrijven van het nieuwe boek, maar in de praktijk loopt die dag vol met andere activiteiten. Enzovoort.


En dan? Zakken we als een zandzak in elkaar of blijven we onze dromen trouw. Hoe meer onze dromen verankerd zijn in onszelf, hoe meer kans er is dat die misschien even inzakken maar dat we ze dan toch met hernieuwde moed weer op ons programma zetten, want we kunnen niets anders. Het is als een tulpenbol  die niets anders kan dan zich ontplooien tot een bloeiende tulp.


Ik heb geleerd in het leven dat dingen die we niet doen en toch hebben te doen of gevoelens en situaties die we ontwijken of onder het tapijt vegen, iedere keer weer op ons bordje worden gelegd. Ik heb geleerd dat onze diepste dromen zich na mislukkingen alsmaar weer aan ons opdringen. Ze kunnen niets anders dan gerealiseerd worden, want we kunnen niets anders dan onszelf verwezenlijken vanuit dat wat we diep in onszelf zijn.


Ik heb geleerd dat goede processen altijd cyclisch moeten zijn, dat ze iedere keer weer ronddraaien als een wiel, dat we ze, door ze iedere keer te evalueren, beter maken, zoals we elk jaar kritisch terugkijken en het nieuwe jaar letterlijk vernieuwen, dag na dag, week na week, maand na maand, jaar na jaar, leven na leven. Groeien is voortdurend veranderen, leren, groeien op weg naar verten die we niet kennen maar waar we diep in onszelf wel naar verlangen.


De titel van dit verhaal is 'Van inzicht naar uitzicht’. Richting geven aan ons leven, onze diepste dromen verwezenlijken, vereist dat we inzicht krijgen in waarvoor we hier zijn, in wat we willen en hoe we dat willen realiseren, vereist inzicht in wie en hoe we zijn en in hoe de wereld om ons heen in elkaar steekt en vraagt te leren van alles wat we doen en tegenkomen, door te reflecteren, in de hoop via wellicht kronkelende paden en paadjes die soms stijl en soms vlak zijn, de top te bereiken die we willen en dus hebben te beklimmen en dan te kunnen genieten van het uitzicht dat voldoening en geluk schenkt, ons even verheft boven de aarde en ons dichter bij de hemel brengt, daar waar we vandaan komen en weer naar toe gaan en waarnaar we reiken.


Valkenburg, maart 2016

© Harrie Bielders